De 'vooij' zorgde in 1749 voor amok in een Dunse herberg.

Op 24 december 1739 bezocht Jasper van Eynthoven de herberg van Adriaen Schoormans op Dun. Hij huurde die van Gerrit Hendrik Bruurs, die zelf 'boerderij Hendriksen' bewoonde. De belendingen van de herberg op Dun waren: - oost: Peter van de Sande - noord: Peter van de Sande - zuid: de stroom - west: de Gemene straat (=Dunsedijk)
Op die winterse namiddag maakte hij omstreeks drie uur aanstalten om naar zijn boerderij te gaan. Hij bezat de bekende aloude hoeve opten Hertganck, even verderop en stroomaf­waarts van de Reusel, bijna op de grens met Diessen gelegen. Hij verhuurde die boerderij en zijn zoon Antony zou die tenslotte verkopen aan de eerste burgemeester van Hilvarenbeek na de Franse tijd: Martinus Huysmans. Die liet de hoeve afbreken.

Een taaie schutter
Jasper zelf was kastelein in de Gelderstraat in Hilvarenbeek. Ook was hij, evenals zijn vader Willem, 'schutter', een soort veldpolitie die ook. loslopend vee moest opsporen en insluiten in de schutskooi. En uiteraard kende dergelijk beroep zijn vijanden! Nauwelijks was Jasper, gehuwd met Jenneke Verhagen uit Lage Mierde, op weg of hij werd vanuit een hinderlaag door een snaphaan beschoten. Vanachter de heg had zijn belager op hem gevuurd: soodanigh in syn hooft en aengesigt getroffen datter seer veele hagelkoorn in waren. Hij werd terstond de herberg weer in gedragen en op een stoel vastgehouden, omdat hij buyten sich selfs geraekte.De hagel zat in zijn voorhoofd en hals en zijn wangen waren doorzeefd! Alle aanwezigen waren dezelfde mening toegedaan: den voornoemde Jasper soude van die schoot aenstonds den geest gaen geven! Maar de nog steeds hevig bloedende 'schutter' uit Beek kwam weer tot zich zelf en werd met een kar naar huis gebracht. Maar Jasper was een taaie. Als kind zijnde was hem reeds eerder bijna de adem definitief afgesneden. In juni 1717 lag hij zwaar ziek in bed. Hij had constant hevige pijnen onder de korte ribben: synde in perikel om te sterven. Een dag eerder had Jan Martien Lemmens hem uyt de school comende ontrent het huys van Hendrik Bosmans spelenderwijs bij zijn schouder gepakt. Hij gooide hem toen voorover zodat hij pijnlijk op de cent van een schooldoos was gevallen. En daarvoor had hij onze Jasper met een doorne stock op den arm geslagen. Thuis gebracht wist hij echter weer langzaam op adem te komen.

Herbergen op Dun.
Ruim dertig jaar later zou Jasper door getuige Peter Jan van de Sande met de kar wederom naar huis gebracht worden. Die stond immers net op het punt om op de hei op Dun zand te gaan halen. Deze Dunse boer was ook herbergier in het gehucht op de grens met Lage Mierde. Hij dreef zijn uitspanning aan de huidige Dunse Dijk in de bocht bij de splitsing naar Netersel en Lage Mierde. Ook hij werd eens flink belaagd toen hij op een winterse avond reeds vroeg in bed lag. Op 12 januari 1758 kwamen vijf kwaadaardige kerels vanuit Hooge Mierde naar Dun. Zij wilden zgn. de weg vragen naar Hilvarenbeek. Die liep uiteraard via De Lange Gracht, een andere herberg, want de Nieuwe Dijk of Dunse Dijk werd pas dertig jaar later aangelegd. Nadat ze zijn zoon Adriaan flink afgeslagen hadden en wat bier naar binnen gewerkt hadden, kregen ze Peter Jan in de bedstee in het oog: kom geef maar hier uw heel beurs en al wat gij hebt en blijft maar stil leggen, of ik schiet u door den kop! Nadat ze het hele huis overhoop gehaald hadden roofden ze al wat bruikbaar was. Veel erger nog was het feit dat ze de inmiddels gevluchte 88-jarige opa Jan van de Sande buiten letterlijk in syn naakthemd tegen het lijf liepen. In koelen bloede werd hij op het zandpad door messteken op een gruwelijke wijze vermoord. De knecht van buurman en herbergier Schoormans, juist voor de witte brug links, had in die ijselijke nacht het slachtoffer nog angstaanjagend seer horen kermen en lamenteeren aan de rand van de immens kille heide. Onlangs kwam via onderzoek in het archief aan het licht dat leden van een Vlaamse bende de daders waren.
Boerderij van Gerrit Hendrik Bruurs. Adriaan Schoormans huurde de herberg. Op de achtergrond de herberg van Van de Sande.

Op bier getrakteerd.
Op 8 november 1749 deed Jan Vromans in Hilvarenbeek ondertrouw en dat moest gevierd worden bij de reeds bekende herberg van Schoormans op Dun.
Begrijpelijk. Zijn aanstaande bruid, Anna Antonie Peters, woonde schuin tegenover, in een boerderij aan de voet van de Dunse Bergen. In 1891 brandde de boerderij, inmiddels in eigendom van Beekse notaris Huysmans, tot de grond toe af. De jongelui die uitgenodigd waren op de vooy kwamen uit de Mierden en Dun. Immers: Jan Vromans, geboortig van Weelde, woonde in Hooge Mierde. Andere benamingen die we m.b.t. 'vooy' tegenkomen zijn: kwanselbier, rijbier. Ook treffen we in de archieven boxembier aan. In later tijd werd ook wel de term 'losschieten' gehanteerd. De oorsprong van 'vooy' zou via 'fooi' afgeleid kunnen zijn van het Franse 'voie', hetgeen betekent: weg, afscheid, afscheidsfeest.
Het ging er in elk geval om dat er gratis bier geschonken werd op de gezondheid van het aanstaande bruidspaar: de 'aantekening' werd beklonken! Ook was het een soort afscheidscadeau aan de
achterblijvende jongelui in de buurt. Michiel Verhagen uit Hooge Mierde was zo iemand.
Mensen die niet uitgenodigd waren en niet tot de buurt behoorden, konden uiteraard het verteerde zelf betalen. 's Avonds laat kwamen ook Adriaan en Jan van Spaendonk uit Hooge Mierde de herberg binnen, ieder voorsien van een snaphaan.
Dat zij met de wapenen uit de voeten konden was al langer bekend. Hun vader, Willem van Spaendonk, was aangesteld als oppasser van de jacht en wildbaan in de Mierden. In de winter van 1739 wist Willem met zijn 33-jarige zoon Jan nog enkele Mierdenaren te arresteren. Twee broers, Jacobus en Hendrik Adriaens, waren met snaphaan en lange hondt op 20 december 1739 op de heide tussen Reusel en Hooge Mierde aan het stropen!

Amokmakers verwijderd.
Toen de gebroeders Van Spaendonk aanstalten maakten om te vertrekken maakten ze enige woorden en verschil met Elisabeth, de zuster van Jan Schoormans, over het betaelen van het gelagh. Schoormans sommeerde de Mierdenaren verschillende keren om zijn herberg te verlaten.
Toen dat uiteindelijk lukte riep Adriaen van Spaendonk woest: lck sal het huys in brant schieten, terwijl al het volck daer in is! Onze kastelein trachtte de zaak nog enigszins te sussen: Dat is niet fray gesproken om het huys in brant te schieten. Waarop Van Spaendonk resoluut antwoordde: Dat sal ick niet laten, vooral die er in huys of in de camer sijn! En plotseling stiet hij inmediaat met den tromp van syn snaphaan op syn lijff aen. Schoormans reageerde onmiddellijk en er. ontstond een worsteling met de agressieveling. Ook binnen in de herberg brak een groot tumult los. Jan van Spaendonk gaf bij Philip Willems een flinke snede door syn aengesigt. Volgens een Mierdse getuigen, Hendrik Adriaen
De herberg van Schoormans werd overgenomen door familie Roosen. In 1794 hielden de Fransen er huis. In juni 1800 en in oktober 1809 werd de herberg opnieuw Nouwen, had het slachtoffer niemand een quaet woont hooren geven!
Ook eerder genoemde buurman Peter van de Sande, was weer aanwezig als getuige. Volgens hem verlieten de gebroeders Van Spaendonk de herberg en dropen af. Het feest was meteen ten einde en de rust keerde weer terug op Dun.

Uiteindelijk een oase.
Totdat de zoon van Peter van de Sande mocht getuigen. In november 1796 trof Adriaan zijn buurman Michiel Rombouts, die woonde in de boerderij aan de voet van de Dunse Bergen, waar ons eerder genoemde 'bruidje' geboren was, op de schuurvloer aan, alweer hij hem doot op syn rug vond leggen. Op 27 november deed de chirurgijn De Lang schouwing: zelfmoord, waarschijnlijk veroorzaakt door de compressie van een koord off strop. beroofd. Een eeuw later stond het kleine Dun weer in de belangstelling. Maar nu van de nieuwbakken Esbeekse pastoor Jurgens. Tot de kerkstichting in Esbeek een feit was, gingen de Dunse boeren altijd in Lage Mierde naar de kerk. Om die bewoners snel aan Esbeek te binden en geen tegenstand te krijgen, benoemde Jurgens heel slim Gregorius Broeckx tot kerkmeester. Vanwege zijn vroom leven werd hij 'pastoor van Dun' genoemd. Vervolgens weigerde hij bij de gemeente een bezwaarschrift in te dienen (Jurgens zette hem hiertoe aan) om de keiweg over Dun te laten lopen. Dankzij hem zal Dun steeds meer een oase worden.