Schat bij Dunse Bergen in 1679 tevergeefs opgegraven.
Het nu zo rustieke Dun was weleer een gehuchtje van maar liefst meer dan tien boerderijtjes met enkele herbergen. Nu kunnen we met de fiets dwars door de nieuw aangelegde golfbaan over de Dunse Dijk vanuit Esbeek het voormalige leengoed bereiken. Lang voordat die Dunse Dijk werd aangelegd stond er rechts voor de witte Dunse brug de boerderij van Peter Hendrick Verbanith. Deze grote boer had o.a.. liefst 150 schapen die een totale waarde hadden van f 150,-. Tot de boerderij behoorden o.a.. Bussers Bemdeke, Slemans Acker, Sluysacker, Kivits Drieske, Acker achter Jan van Duns stede. Later boerden er nog Hermans en Rombouts.

dunsedijk


Notaris Huysmans kocht rond 1900 het geheel en liet de boerderij afbreken. Toen “De Utrecht” het overnam heeft men op die plaats een kampeerterreintje ingericht. Die noemde men 'De Weitjes' gelegen aan de voet van de langgerekte Dunse Bergen. Een zandverstuiving waaraan het gehuchtje Dun zijn naam dankt. Een oude naam voor deze rulle zandrug is overigens ook: Royenbergh, een toponiem dat tevens de grens met de Mierden aanduidt! 'Rooy' of 'rooien' is, behalve het omdoen van bomen, een grensnaam!
In 1679 had genoemde Peter Hendrik Verbanith twee knechten. Dat waren de 27 jarige Jan Adriaens uit Lage Mierde en de 23 jarige Peter Willem Schellekens uit Beek. De boer had vernomen van zijn vader dat eenigh gelt moste gegraven syn van Hendrik Verbanith. De knechten kregen de opdracht om te gaan zoeken. Ze verklaarden later dat ze voor hunnen meester hebben gesocht ende gegraven op een gracht tussen Bussers Beemt ende seecker heyvelt toebehorende Jan Otten tot Dun. Na enig graafwerk vonden ze aan de voet van de Dunse Bergen op den selven gracht (=zandheuvel) een blauwen eerden bierpot staende in de aerde, het onderste boven, alwaer gelt in was. De boer werd ontboden en die telde vier goud stukken en wat zilver geld. Maar precies wisten de knechten het niet! Bovendien: als zij zouden zwijgen dan stond hen loonsverhoging te wachten! Maar toen dat in 1685 nog niet gebeurd was, gingen ze met hun verhaal naar de Beekse schepenen. Niet zo ver verwijderd van de plaats werd in 1984 ook een schat gevonden. Er werd niet naar gezocht, doch de boer ploegde die toevallig boven. Een kruik met 146 zilveren munten. Wellicht werden beide kruiken tijdens de Franse oorlog in het rampjaar 1672 begraven. Het jaar 1683 zou overigens voor de laatste kruik ook kunnen. Toen vond er in Esbeek een enorme inkwartiering van soldaten plaats. Op Dun kreeg Cornelis Peters op de Coevoort zes soldaten. Gijsbrecht van Dun had een capitein met peert, een vendrich en drie man in de kost. Dat was de boerderij/herberg in de bocht net over de witte brug. Genoemde Peter Verbanith tot slot had twee soldaten in huis.
Het perceel waar de geldschat begraven werd, Bussers Beemt genaamd, lag overigens niet ver verwijderd van de aloude Koevoirtbrug.