fransIn gesprek met…….

Het is zondagmorgen 10.00 uur en ben in gesprek met de Imker Frans van Dun.
Frans is bezig met het demonstreren van het uitzetten van een fuik, daarbij komt het net om een knoop van zijn colbert terecht, hij verteld me dat hij dat er tijdens het uitzetten van de fuiken nooit kleding met knopen werd gedragen, vandaar dat de bewuste knoop toch moet worden afgesneden om het net heel te houden.
De opa van Frans woonde met zijn gezin in Klein Liempde. Hij was in de zomerperiode rietdekker en in de winterperiode huisslachter van beroep.
Hij kreeg 5 zonen waaronder de oudste, Franciscus Hubertus geboren in 1881. Deze Franciscus Hubertus had 2 zonen en 4 dochters (hij woonde in een voormalig kapelletje aan een vijver in het bos, zie foto hieronder). huisje
De oudste zoon betreft Fransciscus Hubertus geboren 1 juli 1917 in Boxtel. Zoals Frans verteld is het altijd een erg arme familie geweest, zij zorgden voor hun levensonderhoud door te vissen, konijnen te strikken en verbouwden zelf groente, Op zijn 6e - 7e jaar moest hij al meehelpen om b.v. te vissen, het breien van netjes om eieren in een ketel te koken en het boeten van netten t.b.v. visfuiken. Hij verteld dat hij op een bepaald moment met zijn vader zat te vissen maar hij had meer de leeftijd om te spelen, toen ze s’avonds aan tafel zaten en hij in de veronderstelling was lekker vis te eten werd hem door pa duidelijk gemaakt dat hij niets kreeg omdat hij ook niets gevangen had. Later kon zijn vader buiten de gift van de armen ook nog bijverdienen door langs de deur petroleum te verkopen. Frans heeft in zijn werkzame leven bij veel werkgevers gewerkt, maar Frans had het meestal wel gezien na een jaar of 4, dan nam hij ontslag en ging weer heel wat anders doen.
Hij begon te werken op 14 jarige leeftijd als meubelmaker (1 week) voor fl1,50 per week.
Een week daarna bij een tuinder voor fl 1,50 + kost per week, vervolgens op een honingzeemerij, slager bij NCB, 1932 KWJ imkerjeugdwerkkamp, huize Gerra in de keuken, militaire dienst in de keuken koken voor de manschappen, kokschool korporaal kok, beroepsmilitair (mobilisatie 1938), na de oorlog bij de spoorwegen als conducteur, in de metaal, in 2 verschillende kolenmijnen, kok bij restaurant “de Pettelaar”, in 1972 samen met zijn zoon Ad een meubelfabriek opgestart, Op 14 jarige leeftijd hield Frans al bijen. Vanaf 1970 is zijn beroep imker, hij leverde dan de bijen op afroep aan zaadteelbedrijven.
Hij had 125 kasten met bijenvolken en er werden dan b.v. 10 kasten door een bedrijf opgehaald. Eind februari begint de koningin eitjes te leggen, de vrouwtjesbij gaat op zoek naar honing van b.v. de wilg (katjes) de els, de hazelaar.
Deze honing blijft in de raad zitten, daarna komt de honing van de kersenboomgaarden, fruitboomgaarden en koolzaadvelden.
Ca. 1 juli wordt er honing geslingerd (een soort centrifuge), iedere kast brengt dan zo'n 15 kg honing op.
Iedere kast heeft ca 50.000 bewoners een klein aantal mannetjesbijen (darren) één koningin en het grootste deel  rouwtjesbijen welke de honing verzamelen. Bijen leven 6 weken, van eitje naar bij duurt 3 weken. Tegen 1 juni gaan de bijen zwermen, dit zwermen wordt verhinderd door b.v. verwijderen van de koningin of vlieger maken. Een nieuwe koningin wordt bevrucht door een dar waarbij na de bevruchting de dar het leven laat, deze koningin zorgt weer voor een nieuwe kolonie. De koningin kan 2 tot 3 jaar oud worden, maar door vermindering van eitjes wordt de koningin door de bijen afgemaakt. 2 bijen roepen zich dan uit als koningin maar kunnen niet worden bevrkettingucht waardoor alleen mannetjesbijen  worden geboren waardoor binnen 4 weken de bijen zullen uitsterven. De imker zorgt voor een nieuwe koningin.
Frans is nu 85 jaar en woont naar alle tevredenheid met zijn vrouw Nellie in verzorgingshuis De Beemden, hij breidt als hobby nog steeds netten voor de fuiken, zijn kleinzoon Maikel is begonnen met 6 bijenkasten en neemt de imkerij over van zijn opa.
De opa van Frans heeft 180 jaar geleden een zilveren horlogeketting gewonnen met kaartspelen, deze ketting wordt doorgegeven aan de oudste Franciscus Hubertus van elke generatie Frans heeft hem van zijn vader gekregen die toen 80 jaar was, zijn oudste zoon heeft geen zonen en dus wordt de ketting doorgegeven aan zijn kleindochter.
Toppunt van zuinigheid: Het was in het jaar 1939. De vader van Frans moest naar ” het hûske”, toiletpapier was te kostbaar en men gebruikte krantenpapier, maar i.p.v. krantenpapier lag er nu een oude engelbewaarder welke zijn vader gebruikte, het probleem daarna was dat de nietjes nu op een andere plaats zaten dan in het papier. Tegenover het huis stond een boerderij waar het rode kruis was ingekwartierd en daar werd de hospik gevraagd om de nietjes te verwijderen!!
Als er een arts had moeten komen met de koets waren de kosten fl 2,50 geweest, deze behandeling was gratis voor hem dus heeft hij de winst meteen omgezet in een aantal borrels. Het was een gezellig gesprek en bij vertrek merkte Frans op, je kunt natuurlijk niet bij een imker vertrekken zonder een pot honing van het eigen bijenvolk, en het was heerlijke honing.

Tot de volgende in gesprek met…..
Groeten Frans, Rosmalen