VERHALEN UIT ESBEEK
We moeten even wat rechtzetten. De verhalen van Jan van Helvoirt die wij u mogen presenteren zijn GEEN uit de duim gezogen romanverhalen. Het zijn daadwerkelijke gebeurtenissen welke opgetekend zijn in de registers van de schepenen (rechters). Jan van Helvoirt heeft deze saaie voor de meeste mensen onleesbare hanepoten in oud nederlands, omgezet in een voor ons leesbaar verhaal. Wij zijn hem hiervoor dan ook zeer dankbaar dat wij deze verhalende gebeurtenissen over onze familie en hun buren hier mogen presenteren. Jan is onderwijzer van beroep maar prive is zijn grote interesse heemkunde. De geschiedenis van bewoners, land en bewoning van Esbeek en verdere omgeving dus ook het gehucht “DUN”

Tulderhoeve kende in de loop der tijd veel verdacht bezoek.
Op 17 februari 1704 was in Hilvarenbeek een vremt persoon ingekomen. Zowel bij Jasper Cornelis Middegaels als bij Wouter Jan Pasmans kocht hij een paard. In plaats van met de boeren eerlijk 'af te rekenen', werden ze geslagen en gestooten. Spoorslags reden ze naar Tulder! In de zomer van het jaar daarop kwam nog zo'n rare gast bij Tulder aanleggen. Jacob Jansen uit Hulsel, met paard en kar komende van Breda, dronk bij hoevenaar en brouwer Jan Mathijs van Dun op de Tulderhoeve voor één à twee stuivers brandewijn. In plaats van te betalen was hij daerop instantelijck voort gevaren naar Mierde! De Frans sprekende schurken die in 1787 op bezoek kwamen maakten het nog veel bonter. Op maandagavond 24 september kwamen vier brutale mannen 'beleefd' vragen om onderdak. Maar goed en wel binnen werd hun bezoek duidelijk: roofoverval. Doch de meid van de pachtboer wist zich erg heldhaftig te gedragen. Een van de overvallers schoot met scherp op boer Arnoldus Swagemaekers, dog dat die snaphaan door de meyd omhoog geslagen wordende, waardoor die scheut hem miste! Een groepje Franse soldaten legde in het rampjaar 1672 de fameuze abdijhoeve (10 jaar eerder fonkelnieuw gebouwd) bijna in puin: kisten en kassen t'geene geslooten was aen stucken geslagen. Op de akkers was de schade enorm door het affmaijen ende verdestrueren van alle de vruchten.
Echt onderdak moest men in 1683 op de Tulderhoeve aanbieden aan een aantal ingekwartierde militairen. Terwijl op de verdwenen 'boerderij Wilborts' onderdak geboden werd aen een capitein met peert en op de Hertganghoeve ses soldaeten, moest Gijsbrecht Janssen van Dun op Tulder een vendrigh en ses soldaeten huis­vesten.

tulderhoeve


In augustus 1794 wisten de binnentrekkende Fransen Tulder opnieuw te vinden. Bij Adriaen van de Wijngaarde, de abdij van Averbode was geen eigenaar meer van de hoeve, nam men voor f 128-16-5 aan spullen mee, waaronder winkelwaaren en kalfs en schaapen huyden bereid als trommelsvellen! In het najaar van 1748 werd een rare sinjeur gevonden. Iemand die op weg was naar Tulder, was bevangen door de kou of hij was door een hartfanght gestorven. Althans dat bevroedde chirurgijn Hanegraef, die het lichaam in de Beekse toren onder­zocht, omdat er geene quetsuur bevonden werd. Zijn kleding was wel opvallend te noemen: een blauwe montuur met roode kleine opslagen en witte tinnen knopen, een hoed met een grof silvere boort met geweer en bonte neusdoek.
Verder mogen we het vreemde gedrag van Martinus Zoeren niet vergeten. Op 5 juni 1838 verbleef hij, zeer gespannen, op de Tulderhoeve. Voor ons is het geen suspecte figuur meer: hij was de gevluchte moordenaar van de 15 jarige Italiaanse jongen Giovanni Castione aan de Oude Grintweg in Oirschot. Een levend moordlied en een kruis in het Kinderbos is al wat resteert. Tot slot struinen ook nu regelmatig Esbeekse figuren rond op Tulder: maar dat zijn betrouwbare leden van Werkgroep Heemkunde Esbeek die in 2004 extra aan de weg timmerden!

Inkwartiering bij 'den Bok' in 1751 liep uit de hand.
Op vrijdagmiddag 10 september 1683 streek het Regiment Infanterie van de Grave van Weijell in Esbeek neer. Om zes uur kwam via de Lange Gracht, de Dunse Dijk was nog niet aange­legd, een groep soldaten kwartier maken op het gehucht Dun. Op 15 september zouden ze weer vertrekken. Peter Jaspers, Adriaen Jan Schellekens, Peter van Spaendonck, Peter Verbanit, Andries Heesters en Marcelis Aerts hadden elk vier soldaten in huis waarvoor zij acht gulden beurden. Cornelis Peters op de Coevoort moest er zes huisvesten.
Juist voorbij de brug links stond de herberg van Gijsbrecht Jansse van Dun. Bij hem logeerden: een capitein met een peert en een vendrich. Een dag later kwamen daar nog twee soldaten bij. Peter Aert Peters, nu den Bockenreijder, moest er zeven huis­vesten. We zien hier overigens dat het gehuchtje Dun toen met de Hertganghoeve erbij tien huishoudens telde! In 1751 had Jan Adriaan Schoormans, herbergier in de hoeve juist links voor de witte brug, soldaat Willem Bagh ingekwartierd. 's Avonds ging hij de boerderij van Peter van de Sande visiteren en doorsien of er geen quaat volk was.

bockenrijder

Maar al snel kwam het tussen de boer en de soldaat tot een handgemeen, omdat de laatste maar bij het vuur bleef zitten. Peter zei: Gaat naar u quar­tier! In plaats daarvan sprong hij op en vatte Peter bij de haren: in de ene hand de kop en in de andere eenen blote sabel om te houwen!. Meteen werd hij ontzet door buurman Schoormans en in Beek door de vorster in een herberg opgesloten. Acht jaar later zou de zoon van Peter, Jan van de Sande, door leden van een Vlaamse bende koelbloedig vermoord worden. Nadat de Dunse Dijk was aangelegd, werd die 'Nieuwe Dijk' zoals die ook wel werd genoemd, vanaf 1788 veelvuldig gebruikt voor militaire transporten. In de jaren '60 werd die prachtige verbinding met Netersel helaas pardoes afgesneden ter hoogte van de Flaes.
In het jaar dat de Fransen Beek binnentrokken via de Rovertsedijk, passeerde het regiment van Generaal Majoor Warthen Sleeben de Dunse brug op weg via Netersel naar Bladel. Op 31 maart stouwde een grote 'legertrein' van 29 karren over de Dunse Dijk: drie bataljons Meckenburgse troepen van Generaal Majoor Presentin. Een week eerder hielpen twee Dunse boeren een gedeelte van het regiment van Leutenant Generaal Baron van Wilcke mee verplaatsen. Een van hen was Jacobus van Dijk. De put van zijn hoeve staat er nog, juist voorbij 'den Bok'. Rond 1900 brandde die boerderij met nog een ander ter plekke tot de grond toe af.
Door de Fransen werd hem in augustus 1794 nog het volgende afhandig gemaakt: op den akker wegh gehaalt voor 5 guld. boekwijt; nog kwijt geraakt een dertig vat aartappelen en twee hondert pont hoiij. Jacobus van de Sande miste ook het een en ander: schade in bokwij en haver; weggerakt hooy en stroo, bonnen en arappel. In zijn herberg nog enkele getapte artikelen: bier en snevel, ketel en pinten en kannen, vet, boeter, keys en soeten moelk!

met dank aan Jan.