OP NAAR DE KILIMANJARO

De Kilimanjaro is een berg die wordt gevormd door een uitgedoofde vulkaan gelegen in de regio Kilimanjaro in het noordoosten van Tanzania. De naam komt uit het Swahili en betekent de berg die glinstert. Deze berg ligt 3 graden van de evenaar verwijderd en heeft nu nog sneeuw, maar verdwijnt door de klimaatverandering. De Kilimanjaro is met zijn 5895 meter de hoogste berg van Afrika en zit daarbij in het rijtje van de zeven meest begeerde bergen.

Twee jaar geleden waren Mea en ondergetekende op reis in Canada/Amerika met het gezin van een broer van Mea: Willem Dekkers wonend en werkend in Dubai. Op zijn initiatief is het plan ontstaan om de Kilimanjaro te gaan lopen. Hij had daar een prachtig verhaal over. Naar maanden voorbereiding op het sportieve vlak voor een goede conditie, hoogtetraining, medische aandacht, vliegtickets, vaccinaties, visa en inkoop kleding en ander materiaal was het dan zover om op stap gaan. Er zijn verschillende routes om de berg te beklimmen. Wij hebben gekozen voor de Machame Route. Een tocht van 6 dagen, niet de makkelijkste maar wel de mooiste qua natuurschoon en met overnachtingen in tenten.

Onze groep bestond uit 12 personen waaronder mijn zwager met twee zonen. De vliegreis verliep via Dubai naar Nairobi. Vandaar met een persoonsbus naar Arusha in Tanzania. Een reis van ruim 5 uur op een weg, stoffig met kuilen, gaten en smal. Soms ook redelijk bereidbaar. Onderweg zebra’s – struisvogels – ezels en herten gezien. Af en toe door een dorp met mensen in armoede, vuil en slechte onderkomens. Onderweg steeds mensen langs de weg op weg naar? Alleen of met hun magere vee. Kinderen die naar ons zwaaiden. Wat zijn wij dan toch rijk! Na een verblijf van enkele dagen in Arusha zijn we op woensdag 27 augustus begonnen aan onze uitdaging. Mea met haar schoonzus Denise zijn achtergebleven en zullen genieten van een safari. Na inschrijving met opgave van paspoortnummer, begon de tocht op een hoogte van 1500m op weg naar 3000m. Het is fris en door de vallende mist ook nat. De regenpakken gaan aan. De eerste stappen worden gezet en het gaat meteen stevig omhoog. We worden begroet door een aap in een van de vele bomen langs het bospad. Na enige tijd wordt het droog. Het gaat steeds stijgend met soms vals plat. Ook trapsgewijs en erg vermoeiend. Het lijkt wel of ik pap in mijn benen heb. Maar de omgeving is prachtig. We lopen door het regenwoud. Wat een natuur, zo fris groen. Niet te beschrijven. In de namiddag bereiken we ons eerste camp, Machame, en we worden ontvangen met thee en popcorn.

op donderdag 28 augustus gaan we naar Shira Camp op een hoogte van 3.850m. De dag begint met prachtig weer en het ontbijt kunnen we zelfs buiten nuttigen. Als we weer op pad zijn moet ik na een uur de wandelstokken gaan gebruiken, die de komende dagen onmisbaar zullen zijn. Het is wel wennen om op deze manier te lopen. We lopen op een rotsachtig pad, soms langs een diepe afgrond. We bevinden ons boven de wolken, zoals je dat ziet vanuit het vliegtuig. Ik hoor de gids nu regelmatig zeggen “pole – pole” oftewel “slow – slow”. Ook van de lunch kunnen we in de open lucht genieten. Ik beleef deze dag erg goed, loop gemakkelijk en voel me prima. Dat ik dit nog mag beleven. Daar draagt de omgeving ook aan bij: heideplanten en strobloemen. Later wordt het weer ruiger. En het moet gezegd worden: de gidsen zijn oplettend en zorgzaam. De derde dag, vrijdag 29 augustus, gaat de tocht naar een hoogte van 4600m Lava Tower om vervolgens af te dalen naar Barranco Camp op 3900m. Dit om het acclimatiseren op grote hoogte te bevorderen. Het is koud en nu loop ik met handschoenen, muts en fleece trui. Het is een zware dag, lopend door een woestijnachtig landschap. Voor het eerst krijg ik last van hoogteziekte op circa 4600m. Ik moet een keer braken maar daar blijft het bij. Het gaat schoorvoetend vooruit. Slow, slow klinkt het weer en ik maak er quick-quick-slow van. Mijn gids Nikki (van Nicolaus) lacht en zal dit nog menig keer herhalen. Als laatste deze keer en doodop bereik ik het Barranco Camp.
Verteld moet nog worden dat we elke avond een schaal met warm water bij de tent kregen om ons op te frissen. Zo ook ’s morgens. Door deze primitieve omstandigheden werd er niet geschoren en provisorisch gewassen. Ik kwam er steeds barbaarser uit te zien.
 
janZaterdag 30 augustus gaan we naar Barafu Camp, 4600m hoog. Voor ons zien we het pad dat ons naar boven voert “breakfast”. Deze muur met een 178 meter hoge afgrond op een smal pad. We worden voetje voor voetje langs de rotswand geleid. Mijn duimnagel scheurt in door het vastklampen aan de rotswand. Ben op dat moment niet bewust dat er een afgrond is en een overstap van 30cm. Dit hoor ik later als deze bestijging achter de rug is. Er wordt gefilmd en Floris (zoon van mijn zwager) vraagt om mijn ervaring. Mijn reactie is: Als Mea dit gezien gehad zou zij gezegd hebben: Jan waar ben je mee bezig! Het weer is nu ook zeer afwisselend. Zo is het helder, dan weer duiken mistflarden op en is het koud. Het gebied is stijgend en dalend. Heb geen last van het hoogteverschil. Wel is mijn eetlust de laatste dagen verdwenen. Met moeite krijg ik iets naar binnen en dan nog met veel drinken. Geen goed voorteken denk ik. We hebben alle dagen goed weer gehad. Droog en dikwijls zeer helder en zonnig. ’s Avonds bij helder weer geeft dit een prachtig schouwspel aan de hemel. Wat een sterrenpracht! Ongelooflijk wat een aantal, zoveel sterren zal ik nooit meer zien.

De nacht van 30 naar 31 augustus was bijzonder. In verband met de voorbereiding voor de start naar de top tegen middennacht vroeg naar bed. Maar er moest nog het e.e.a. aangedaan worden daar we daar ’s nachts geen tijd voor zouden hebben: thermo-ondergoed, legging, polo met lange mouwen. In deze kleding gaan slapen en toch nog rillen van de kou en spanning. Na amper drie uurtjes slapen verder aangetrokken: afritsbroek – jack met fleece trui – regenbroek met jas  – bivakmuts – handschoenen met wandelsokken er overeen. Na een kopje thee op avontuur. Wat een bijzondere ervaring, spookachtig al die klimmers achter elkaar met een hoofdlamp. Stap voor stap gaan we omhoog langs een steile weg met stenen en rotsblokken. Het is zwaar en vermoeiend. Na 4 uur krijg ik weer last van hoogteziekte en moet braken. Ik kan nog doorgaan. Dit herhaalt zich nog een keer en besluit alsdan om te stoppen. Het is dan inmiddels 04.30 uur op een hoogte van 5200m. Zeshonderd meter in hoogteverschil afgelegd in 4½ uur. Op dat moment een moeilijk besluit. Achteraf een wijs besluit: belofte aan het thuisfront was om geen gezondheidsrisico’s te nemen. Ik daal af begeleidt door gids Silvest, samen met Josee Sasser, die ook heeft opgegeven. Aangekomen in Barafu Camp om 07.00 uur de slaapzak in en geslapen tot 10.00 uur. Voelde me al een stuk beter en weer op krachten komen. Zoals gehoord en gelezen: het herstellingsproces bij afdalen gaat heel snel. Intussen andere gesproken en hun verhalen aangehoord hoe het hun vergaan was. Zwaar, vermoeiend, onbeschrijfelijk en te gek voor woorden. Uiteindelijk hebben 6 personen van onze groep van 12 de top bereikt waaronder mijn zwager Willem met zijn twee zonen. Geweldig.

Op de middag verder afgedaald, zonder problemen, naar Mweka Camp, het laatste camp. Dan de laatste dag, maandag 1 september van Mweka Camp naar Mweka Gate, van 3100m naar 1700m. Wat een tocht. Het eerste gedeelte ging over een soort rivierbedding met grote stenen met een nog kale omgeving. Hoe verder we dalen, des te meer begroeiing er komt. Uiteindelijk komen we weer in het regenwoud. Wat een natuur. We zien de elephant-flower, zo genoemd omdat aan de onderkant van de bloem een slurfje zit. Groeit alleen op de Kilimanjaro en aldus beschermd. Het wordt steeds moeilijker en zwaarder. Ook vochtig met natte stukken en dus glibberig. Ik val dan ook een keer met goede afloop. Wat is dit een bizarre tocht. Het gaat letterlijk voetje voor voetje. De rivierbedding is overgegaan in een trapsgewijze afdaling. De afstap bij de treden met twee stokken is een martelgang. Dan krijg ik eindelijk te horen: nog 2 bochten en dan is het einde in zicht. Heb zelf nooit gedacht op deze manier over de finish te gaan. Het is inmiddels 14.45 uur. Bijna 7 uur later. Ik laat me uitschrijven en na het nuttigen van fruit en frisdrank weer wat op krachten gekomen. Dan met de bus naar het hotel in Arusha. Wat een weerzien met Mea. Ze moest lachten dat ik er zo uitzag, ongeschoren en vermoeid. De foto geeft een duidelijk beeld hiervan. Na een dag shopping en een bezoek aan een Masaaidorp weer richting Nairobi en Dubai om daar een week te verblijven om uiteindelijk weer gezond, voldaan en met onvergetelijke ervaringen op 11 september thuis te komen.
Jan van Dun, Etten-Leur.